Financiële crisis voor Eurovisiesongfestival in Israël voorlopig voorbij © BELGA

De financiële crisis rond het Eurovisiesongfestival van 2019 in Israël is volgens de voor de uitzending bevoegde televisiezender Kan voorlopig afgewend. Kan zal vandaag nog omgerekend rond de twaalf miljoen euro als waarborg storten op de rekening van de Europese Radio-unie (EBU). Dat deelde een woordvoerster van de zender mee. Vandaag verstreek de deadline.

Kan en de Israëlische regering hadden tot op het laatst geruzied over wie voor de kosten van de Eurovision Song Contest (ESC) 2019 moest opdraaien. Indien de waarborg vandaag niet gestort was, zou er in 2019 geen Eurovisiesongfestival in Israël plaatsvinden, had de woordvoerster van Kan gisteren gezegd. Het totale kostenplaatje schommelt rond de 24 miljoen euro.

Kan neemt het geld voor de waarborg uit het budget van 2019. De zender verwacht dat de regering zich garant stelt voor de basisfinanciering van het evenement. Het ministerie van Financiën wilde hierover geen commentaar kwijt.

De Europese Radio-unie had de deadline gisteren bevestigd. "Elk jaar moeten financiële garanties aan de EBU worden gegeven voordat plannen worden gemaakt en de gaststad (...) wordt bekendgemaakt", klinkt het in een mededeling.

De EBU heeft de ontvangst van de waarborg vandaag nog niet bevestigd. De locatie moet tegen september vastliggen. De havensteden Tel Aviv, Eilat en Haifa zijn naast Jeruzalem kandidaat.

De Israëlische zangers Netta had in mei met haar liedje "Toy" het Eurovisiesongfestival in Portugal gewonnen. Daarom vindt het festival normaal gezien in mei 2019 in Israël plaats.