Interview: Stijn Coninx en Jan Decleir over Niet Schieten!

Momenteel kun je in de bioscoop gaan kijken naar 'Niet Schieten', de aangrijpende Bende van Nijvel-film van regisseur Stijn Coninx, met een fenomenale Jan Decleir in de hoofdrol. Lees hier ons interview!

Interview: Stijn Coninx en Jan Decleir over Niet Schieten! © Belga


Een voltreffer, de nieuwe film van Stijn Coninx. Met ‘Niet Schieten’ brengt hij het verhaal van David Van de Steen, die in 1985 ternauwernood de aanslag van de Bende van Nijvel overleefde. De film is gebaseerd op het boek dat Van de Steen schreef met Humo-journaliste Annemie Bulté.



De hoofdrol is voor Jan Decleir, die een schitterende prestatie levert als Petje, de grootvader van David. Naast Jan Decleir zie je onder meer Viviane De MuynckMo en Kes BakkerJonas Van GeelLouis TalpeElke Van MelloZita Wauters en Wouter Hendrickx.

Niet Schieten draait nu in de Belgische zalen en is een absolute aanrader. Lees hieronder ons interview met regisseur Stijn Coninx en acteur Jan Decleir, die in deze film een glansrol neerzet.


"Een love story die wordt kapotgeschoten"

"Een love story die wordt kapotgeschoten" © KFD

Niet Schieten is jouw film over het onderzoek naar en de slachtoffers van de Bende van Nijvel. Een film die je van bij het begin naar de keel grijpt. Waarom wilde je dit verhaal vertellen?

Stijn: “Ik denk om dezelfde reden als die je aanhaalt: toen ik het boek las, was ik er enorm door geraakt. Shit, dacht ik, zo is het dus voor die mensen die dat hebben meegemaakt. En omdat het zo hard binnenkwam, vond ik het wel belangrijk om dat te delen. Om dat verhaal te vertellen, en mijn boosheid te delen.”

Je vertelt dat verhaal vanuit het perspectief van Petje, Albert Van den Abiel, de grootvader van David Van de Steen. In de film schitterend vertolkt door Jan Decleir.

Stijn: “Het was David die opperde om de rol van zijn grootvader te laten spelen door Jan. En ik voelde het net zo aan als hij. Jan was van bij het begin betrokken bij de film. Een van de eerste mensen met wie ik het verhaal gedeeld heb, was hij.

Een kind dat zijn ouders en zus voor zijn ogen doodgeschoten ziet worden, en alleen achterblijft. Dat is iets enorms om te verwerken, en voor David was het in de eerste plaats zijn grootvader met wie hij nog kon communiceren. Met de grootmoeder ook natuurlijk, maar op een andere manier.

We hebben daar veel over gesproken, en op den duur dachten we: ‘Ja, nu moeten we daar misschien eens iets mee doen’. Zo is dat gegroeid, met Jan en David, met een hele ploeg eigenlijk. Toen de producent, Peter Bouckaert, mij vroeg hoe we dat precies zouden aanpakken, heb ik geantwoord: ‘Het is eigenlijk een love story die wordt kapotgeschoten’.

We hebben het verhaal inderdaad verteld vanuit het standpunt van de grootvader, Albert. Stel je dat eens voor … Je hebt als koppel veel meegemaakt, en eindelijk mag je op pensioen gaan en van je oude dag gaan genieten. En dan valt er zo’n bom op je relatie. Je verliest niet alleen je kinderen, je familie, maar je moet aan je enige overgebleven kleinkind ook nog eens gaan vertellen dat het leven nog de moeite waard is. Dat is wat ik had gevoeld in het boek, dat was voor mij het uitgangspunt.

We hebben dat verhaal niet uitgevonden, dat kwam van David, en van de grootvader en de grootmoeder. Dat maakt van Niet Schieten iets bijzonders."

"Een film van heel veel mensen, over heel veel mensen"

"Een film van heel veel mensen, over heel veel mensen" © KFD

Jan, waarom wilde jij deze rol graag spelen?

Jan: “Stijn had het boek gelezen en is er iets later mee bij mij gekomen. Ik deel zijn ervaring volledig. Maar daarbij schaamde ik me ook, en die schaamte wilde ik delen.”

Waarom schaamte?

Jan: “Niet Schieten brengt een portret van een land waar serieuze dingen mee aan de hand zijn. Het gaat niet goed in België. Al lang niet, maar nog steeds niet.

Toen die aanslagen gebeurden, was ik verbijsterd en, net zoals Stijn, had ik een gevoel van ongeloof. Maar dat verdwijnt … De aanslagen waarover we de film gemaakt hebben, gebeurden in 1985. Een paar jaar later was er al een soort berusting. België berustte, in het idee dat we het wel nooit zouden weten … en de slachtoffers bleven in de kou staan, daar is niks voor gedaan. Vandaar komt die schaamte.

Het erge is: het gebeurt nog steeds. David heeft bijvoorbeeld gesproken met mensen die slachtoffer geworden zijn van de aanslagen in Zaventem. Die hebben dezelfde verhalen. Dan denk ik: het spijt me, maar onze leiders zijn niet waar ze moeten zijn.”

Stijn: “Inderdaad. Er zijn sinds de film in de zalen te zien is, al verschillende mensen op ons afgestapt met hun verhaal, over hoe zij die gebeurtenis of iets gelijkaardigs hebben ervaren. Dat kan toch geen toeval zijn. Zoveel families … die er op de een of andere manier mee zijn blijven zitten. Dit is een film van heel veel mensen, over heel veel mensen.”

Twijfel

Twijfel © KFD

Hebben jullie getwijfeld om de film te maken?

Stijn: “Ja, uiteraard. Jan heeft in het begin terecht gezegd: ‘Ik weet niet of ik dit wel wil doen’. We hebben ook signalen gekregen van een aantal slachtoffers en nabestaanden die het hele verhaal liever niet opnieuw opgerakeld zagen worden. En natuurlijk, waarom moet er rond één iemand een film gemaakt worden? Die wordt dan gigantisch in de belangstelling gezet… Allemaal vragen die we onszelf gesteld hebben.

De verwerking is ook voor iedereen anders, de meningen zijn verdeeld. In de film zie je dat de grootvader en de grootmoeder elk hun eigen manier hebben om met de gebeurtenis om te gaan. Zo is het in het leven ook, in elke familie waar iets ergs gebeurt: een probleem met een kind, of iets anders … als koppel trek je niet automatisch aan hetzelfde zeel.

Binnen de families van andere slachtoffers zijn de meningen evenzeer verdeeld. De ene vindt dat we die film moeten maken, de ander vindt dat we ervan af moeten blijven. Er zijn véél slachtoffers gemaakt toen, en die hadden véél meer hulp moeten krijgen. De getroffen families, maar ook de politiemensen en de rijkswachters die erbij waren …

Het is niet omdat wij zeggen dat er bij de aanslag rijkswacht betrokken was, dat die allemaal ‘slecht’ waren. De doorsnee rijkswachter was eerder slachtoffer dan dader.”

Het keukenkastje

Het keukenkastje © KFD

Een treffende scène in de film, is die van het keukenkastje dat wordt leeggemaakt voor David.

Stijn: “Ja, dat wás ook treffend. Ineens komt er bij Petje en Metje, zoals David zijn grootouders noemde, een kind wonen. In een appartement dat daar niet op voorzien was. En dus werd er een keukenkastje leeggemaakt voor zijn spullen. We zijn gaan kijken naar dat kastje. We hebben het kunnen fotograferen en zo zag het eruit.
 
Albert Van den Abiel is overleden in 2010, een paar maanden nadat het boek verschenen is. Jullie hebben hem dus zelf niet gekend.

Stijn: “Hij is overleden een maand nadat ik David heb ontmoet. Jan en ik hebben hem nooit ontmoet, maar we hebben gelukkig wel aardig wat materiaal kunnen bekijken. Jan nog veel meer dan ik … Wat die man zei, en hoe. Jan, jij had het gisteren nog over die laatste beelden die we hebben gezien, van die NATO-reportage.”

Jan: “Ja, fantastisch. Dat is een reportage van RTL uit 2009, die zelfs David nog niet gezien had. Ik weet niet meer precies hoe, maar ineens was die reportage er. Het gaat over de bende, maar ook over Aalst. En ineens zie ik die grootvader lopen … een heel rijzige, grote man. Zo mooi, ontroerend. En hij zegt niks, hij wandelt alleen maar. Door Aalst. Adembenemend!"

Stijn: “Treffend ook, want het gaat over een internationale documentaire over de NATO, een groot onderwerp. En ineens komen die in Aalst, én komen ze bij Albert terecht. Toch ergens omwille van de redeneringen die hij maakte, anders was hij nooit in zo’n documentaire te zien geweest. Die man is blijven zoeken, tot op het einde.”

“Albert was een believer, en ik was het niet”

“Albert was een believer, en ik was het niet” © KFD

Jan, hoe heb je je voorbereid op je rol?

Jan: “Op een gegeven moment moest ik alle twijfels laten varen en heb ik gezegd, ‘we gaan ervoor’. Stijn en ik zijn vanaf dat moment heel intens gaan samenwerken: een paar maanden aan een stuk hebben wij bijna dagelijks samengezeten. We hebben geschreven, het scenario uit elkaar getrokken en weer in elkaar gezet, personages bedacht en andere min of meer naar de achtergrond geduwd. Om het hele verhaal een beetje bevattelijk te krijgen in een beperkte tijd. Dat moest, want als je het hele boek zou willen verfilmen, moet je een reeks maken. Daar hebben we met zijn tweeën aan gewerkt, en dan was de voorbereiding eigenlijk klaar.

Stijn weet dat ik beter functioneer als ik mijn eigen woordjes schrijf. Ik ben bijvoorbeeld vanaf het begin begonnen aan die eindspeech. Die hebben we pas aan het einde van de draaiperiode opgenomen, en dat was voor mij alleszins een van de spannendste dagen. Ondanks het feit dat ik er al vroeg aan begonnen was, heb ik de nacht voor de opname nog van alles zitten te herschrijven en schrappen.”

Hoe zou je zelf Albert omschrijven?

Jan: “Albert was een believer, en ik was het niét. Ik ga niet zeggen dat hij geloof hechtte aan alle complottheorieën, want er waren er nogal wat. De kranten stonden er vol van! En Albert, die sloot het niet uit. Hij was een believer dus. Ik niét, maar echt totaal niet. Dat er ergens iets werd toegedekt, daar was ik van overtuigd … maar al die cowboyverhalen, daar had ik niks mee. Máár, ik ben een believer gewórden. Ik ben natuurlijk niet Albert, maar ik ben wel een soort Albert geworden, ja.”

Avonturiers en grijze muizen

Avonturiers en grijze muizen © Belga

Sta je qua karakter ver van Albert af?

Jan: “Ik denk dat Albert toch een soort avonturier was, en dat vind ik er eigenlijk ook leuk aan. Hij is bijvoorbeeld een tijd in Congo geweest, waar hij in de woelige jaren na de onafhankelijkheidsverklaring is moeten gaan lopen. Vervolgens is hij terug naar België gekomen, en uit gesprekken met Alberts broer heb ik vernomen dat hij toen zelfs een tijdje een soort bedrijfsspionage heeft gedaan voor Mercedez-Benz. Mercedes, daar was hij gék op. David (foto links) kende dat verhaal ook nog niet, tot dan.

Dus ik denk dat het een man was met veel zin voor avontuur. Helaas heb ik dat niét, ik ben eerder een grijze muis.”

Ik weet niet of dat waar is, hoor. Waarom denk je dat?

Jan: “Ik weet het niet, ik haal mijn zin voor avontuur uit het soort werk dat ik doe. Mezelf doen verdwijnen in anderen. Het is toch een soort vermommen dat ik doe … Het is eigenlijk een leugen, maar een plezierige leugen. Tenminste, ik vind dat plezierig. Dat is ook het rare als je een film als deze maakt. Het is een dieptragisch verhaal, maar toch ontleen ik er plezier aan om die rol te spelen.”

Positieve reacties

Positieve reacties © Belga

Niet Schieten is intussen in première gegaan. Hoe zijn de reacties?

Jan: “Positief! De mensen zijn aangedaan als ze Niet Schieten hebben gezien. We krijgen veel reacties, ja, meer dan bij andere films. Het is ook niet zo’n vrijblijvende productie natuurlijk. Maar ik hou van deze film, dus met de première in Antwerpen ben ik in de buurt gebleven. Meestal ben ik nogal snel weg, haha. Maar het was een mooie avond.”
 

Niet Schieten, een coproductie van Proximus, is momenteel te zien in de Belgische zalen. Benieuwd? Zeker gaan kijken!


Interview door P.N. voor Proximustv.be

Dit artikel maakt mij
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0

Lees ook